ECLI:NL:ORBBNAA:2002:BU4385
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- L. van Gijn
- J.W. Ilsink
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navordering winstbelasting en renteaftrek lening aandeelhouder BVI-vennootschap
Appellante, een Arubaanse naamloze vennootschap, kende aan haar aandeelhouder een dividend toe dat niet werd betaald maar schuldig bleef. De aandeelhouder richtte een BVI-vennootschap op die het dividendvordering omzette in een lening aan appellante, waarmee een nieuw bedrijfspand werd gefinancierd. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag winstbelasting op over 1996, waarbij renteaftrek op deze lening werd betwist op grond van artikel 6, lid 2, letter c, LWB.
De Raad stelde vast dat appellante onvoldoende gegevens had verstrekt om het vermoeden te ontzenuwen dat de lening niet in overeenstemming was met gebruikelijke financieringsvormen in het bedrijfsleven. Met name ontbraken kopieën van de leningsovereenkomst en cessieakte, informatie over zekerheden en vennootschapsrechtelijke betrekkingen. De negatieve hypotheekverklaring werd onvoldoende geacht als zekerheid voor de lening.
De Raad oordeelde dat appellante te kwader trouw was door de Inspecteur willens en wetens onvolledig te informeren, waardoor het beroep op het ontbreken van een nieuw feit niet toekwam. Het wettelijke vermoeden van niet-bedrijfsmatige financiering werd niet weerlegd, zodat de renteaftrek terecht werd geweigerd en de navorderingsaanslag gehandhaafd bleef.
Uitkomst: De navorderingsaanslag winstbelasting wordt gehandhaafd wegens niet-aftrekbare rente op lening van een BVI-vennootschap.