ECLI:NL:ORBBNAA:2003:BT8995
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Gijn
- Groeneveld
- Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid kosten levensonderhoud studerende kinderen in inkomstenbelasting 1998
Appellant, werkzaam als assistent Managing Director, maakte in 1998 kosten voor het levensonderhoud van zijn twee studerende zonen, C in de VS en D in Nederland. De Inspecteur weigerde aftrek van een deel van deze kosten op grond van de Landsverordening inkomstenbelasting 1943 (LIB 1943).
De Raad van Beroep stelde vast dat indien zowel artikel 16A, eerste lid, als derde lid van toepassing zijn, alleen de meest specifieke bepaling geldt. Voor kinderen ouder dan 27 jaar die een universitaire opleiding volgen en geen eigen inkomsten kunnen verwerven, geldt het derde lid. Dit leidde tot beoordeling van de kosten van beide zonen volgens dit lid.
De Raad oordeelde dat alleen uitgaven die een redelijk bestaan mogelijk maken binnen het maatschappelijke bestedingspatroon als buitengewone lasten aftrekbaar zijn. Voor zoon D werden alleen vliegticket- en verhuiskosten als aftrekbaar erkend. Voor zoon C werden huurkosten tot maximaal $500 per maand, telefoonkosten tot $1.000 per jaar en aanschaf van een auto van $3.750 als redelijk aangemerkt, inclusief afschrijvingskosten.
De Raad vernietigde de eerdere aanslagen en stelde het belastbaar inkomen van appellant lager vast, waarmee de aftrek van buitengewone lasten deels werd toegewezen.
Uitkomst: De Raad van Beroep vernietigt de aanslagen en vermindert het belastbaar inkomen door gedeeltelijke toekenning van aftrekbare kosten van levensonderhoud voor studerende kinderen.