ECLI:NL:ORBBNAA:2004:BT6208
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Gijn
- Groeneveld
- Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep inzake renteaftrek lening VCP onder artikel 6 lid 2 sub c LWB
Appellante, een naamloze vennootschap gevestigd te Aruba, kreeg voor het jaar 2000 een aanslag winstbelasting opgelegd naar een belastbare winst van Aƒ 1.021.921. Deze aanslag werd gehandhaafd na bezwaar en appellante ging in beroep bij de Raad van Beroep voor Belastingzaken. Het geschil betreft de aftrekbaarheid van rente over een lening van VCP, een vennootschap op de British Virgin Islands die door de moedermaatschappij RHNV werd opgericht.
De Inspecteur stelde primair dat de renteaftrek niet is toegestaan op grond van artikel 6 lid 2 sub c van Pro de Landsverordening Winstbelasting (LWB), subsidiair dat sprake is van fraus legis en verder dat het een bedrijfsvreemde uitgave betreft. Appellante voerde aan dat de lening een gebruikelijke financieringswijze was, onderbouwd met rendementscijfers en vergelijkingen met leningen bij Arubaanse banken.
De Raad oordeelde dat op grond van de wet het vermoeden bestaat dat intra-groepleningen niet gebruikelijk zijn en dat appellante de bewijslast draagt dit te ontzenuwen. De Raad achtte de stellingen en overgelegde stukken onvoldoende om aannemelijk te maken dat de lening onder zakelijke en gebruikelijke voorwaarden was verstrekt, mede omdat de negatieve hypotheekverklaring geen zekerheid bood en de lening niet werd nagekomen. De Raad bevestigde dat de renteaftrek daarom niet is toegestaan en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de renteaftrek op de lening van VCP wordt geweigerd.