ECLI:NL:ORBBNAA:2004:BT7685
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Gijn
- Groeneveld
- Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over Nederlandse WAO-uitkering toegewezen aan Nederland, aanslag verminderd tot nihil
Appellante, woonachtig op Curaçao en gehuwd, ontving een Nederlandse WAO-uitkering over het belastingjaar 1999. De Inspecteur had een aanslag inkomstenbelasting opgelegd waarin de WAO-uitkering werd betrokken. Appellante maakte bezwaar tegen deze aanslag en tekende beroep aan bij de Raad van Beroep voor Belastingzaken.
Tijdens de zitting op 3 november 2004 in Willemstad verschenen beide partijen. De kern van het geschil betrof de vraag of de Inspecteur terecht de WAO-uitkering in de belastingheffing had betrokken en of de aanslag correct was opgelegd.
De Raad oordeelde dat op grond van artikel 17 van Pro de Belastingregeling voor het Koninkrijk de heffing van de WAO-uitkering aan Nederland is toegewezen. De Nederlandse Antillen mogen de uitkering wel in de heffingsgrondslag opnemen, maar moeten ter voorkoming van dubbele belasting de aanslag verminderen. Omdat de WAO-uitkering het enige inkomensbestanddeel was, leidde dit tot een aanslag van nihil.
De Raad verklaarde het beroep gegrond en verminderde de aanslag tot nihil, waarmee appellante geen belasting verschuldigd was over de WAO-uitkering in de Nederlandse Antillen.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting over de Nederlandse WAO-uitkering is verminderd tot nihil vanwege toewijzing van heffing aan Nederland en voorkoming van dubbele belasting.