ECLI:NL:ORBBNAA:2004:BT8847
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Gijn
- Groeneveld
- Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Voorlopige uitspraak over speelvergunningsrecht hazardspelen en verbindende kracht landsverordening
In deze zaak heeft appellante bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag speelvergunningsrecht hazardspelen over 1997. De Raad van Beroep voor Belastingzaken acht zich bevoegd om uitspraak te doen en behandelt zowel formeelrechtelijke als materieelrechtelijke vragen.
De Raad geeft een voorlopig oordeel dat het speelvergunningsrecht hazardspelen kwalificeert als een belasting en geen retributie. Tevens bevestigt hij de verbindende kracht van de landsverordening en het daarop gebaseerde landsbesluit, met een voorbehoud ten aanzien van de vastrechtcomponent in de tariefstelling. De boete opgelegd door de Inspecteur is op goede gronden komen te vervallen.
Ten aanzien van de heffing op slotmachines merkt de Raad op dat het niet mogelijk is om in dit stadium een rekenkundige koppeling te maken tussen de oude bucketdropheffing zonder billacceptor en de huidige situatie met billacceptors. Partijen worden geacht dit zelf te kunnen bepalen aan de hand van ervaringscijfers en technische beoordeling. De Raad benadrukt dat noch volledige uitsluiting noch volledige inbegrip van de billacceptorinbreng passend is.
De Raad concludeert dat de regeling van het speelvergunningsrecht hazardspelen dringend aandacht van de wetgever behoeft en dat nieuwe heffingsgrondslagen geformuleerd moeten worden. De Raad houdt verdere beslissingen aan en doet hiermee een tussenuitspraak.
Uitkomst: De Raad geeft een voorlopige uitspraak en houdt verdere beslissingen aan wegens complexiteit en noodzaak wetgevende aanpassing.