ECLI:NL:ORBBNAA:2004:BT8856
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Gijn
- Groeneveld
- Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over speelvergunningsrecht hazardspelen en heffingsgrondslagen
In deze zaak zijn voor de jaren 1997 en 1998 naheffingsaanslagen opgelegd in het speelvergunningsrecht hazardspelen. Appellante heeft hiertegen bezwaar gemaakt en beroep aangetekend. De Raad van Beroep voor Belastingzaken acht zich bevoegd om uitspraak te doen en geeft een tussenuitspraak omdat een einduitspraak op dit moment niet mogelijk is.
De Raad beoordeelt dat het speelvergunningsrecht hazardspelen als een belasting moet worden aangemerkt, hoewel partijen hierover verdeeld zijn. Zowel de landsverordening als het daarop gebaseerde landsbesluit hebben verbindende kracht, met een voorbehoud ten aanzien van de vastrechtcomponent in de tariefstelling. De boete is door de Inspecteur terecht laten vervallen.
Ten aanzien van de heffing op slotmachines merkt de Raad op dat het niet mogelijk is om op dit moment een rekenkundige brug te slaan tussen de heffing zonder en met billacceptor. Partijen worden geacht dit zelf te kunnen beoordelen. De Raad geeft aan dat noch het volledig negeren van de inhoud van de billacceptor, noch het volledig meetellen daarvan, de juiste benadering is. De Raad benadrukt dat de wetgever dringend moet optreden om nieuwe heffingsgrondslagen te formuleren voor een evenwichtige heffing van hazardspelen.
Uitkomst: De Raad doet een tussenuitspraak en houdt verdere beslissingen aan, met het oordeel dat het speelvergunningsrecht een belasting is en de regeling herziening behoeft.