ECLI:NL:ORBBNAA:2004:BT8857

Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)

Datum uitspraak
1 juni 2004
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
2002/1864 en 2002/1868
Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • L. van Gijn
  • C.W.M. van Ballegooijen
  • G.J. van Muijen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding termijn inkomstenbelasting en premieheffing

Appellant heeft op 26 juli 2002 beroep ingesteld tegen beschikkingen van de Inspecteur betreffende aanslagen inkomstenbelasting en premieheffing AOV en AVBZ over de jaren 1998 en 1999. De beroepstermijn is volgens artikel 47 van Pro de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 twee maanden na de beschikking. Hoewel op de beschikkingen niet expliciet de beroepstermijn vermeld stond, had appellant binnen deze termijn moeten handelen.

Appellant voerde ter zitting aan dat hij niet goed wist waar hij beroep moest instellen en dat hij hierover contact had gehad met een griffiemedewerker. Desondanks oordeelt de Raad dat dit geen verschoonbare reden is voor het te laat indienen van het beroep, dat ruim twee maanden na de beschikking werd ingediend.

De Raad concludeert daarom dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens overschrijding van de beroepstermijn, ondanks het ontbreken van een termijnvermelding op de beschikking. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

Beschikking van 1 juni 2004, nrs. 2002/1864-1868.
DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN
zitting houdende in Curaçao,
1. Loop van het geding
1.1. Op 26 juli 2002 heeft appellant bij de Raad beroep ingesteld tegen de beschikkingen van de Inspecteur d.dis. 17 mei 2002 op de bezwaren van appellant tegen de aanslagen Inkomstenbelasting 1998 en premieheffing AOV, AVBZ 1998, alsmede de aanslagen premieheffing AOV en AVBZ 1999 d.dis 23 c.q. 30 november 2001.
De Inspecteur heeft op 24 maart 2004 vertoogschriften ingediend.
1.2. Het beroep is behandeld ter zitting van de Raad op 20 april 2004. Appellant en de Inspecteur zijn verschenen.
2. Beoordeling
Tegen de beschikkingen op bezwaar staat ingevolge artikel 47 van Pro de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 binnen twee maanden beroep op de Raad open. Het beroep is buiten die termijn ingesteld. Appellant heeft ter zitting daarover opgemerkt dat hij niet goed wist waar hij beroep moest intstellen; hij heeft daarover beweerdelijk contact gehad met een van de griffiemedewerkers.
Op de beschikkingen op bezwaar staat wel vermeld dat beroep kan worden ingesteld bij de Raad, maar er staat niet binnen welke termijn. Desondanks is de Raad van oordeel dat eiser niet verontschuldigbaar te laat is door beroep eerst na ruim twee maanden in te stellen. Het beroep is derhalve niet-ontvankelijk.
3. Beslissing
De Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
mrs. L. van Gijn, C.W.M. van Ballegooijen en G.J. van Muijen