ECLI:NL:ORBBNAA:2004:BT8864
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- L. van Gijn
- C.W.M. van Ballegooijen
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Uitleg verleggingsregeling omzetbelasting bij diensten verricht buiten heffingsgebied
Belanghebbende, een Antilliaanse vennootschap binnen een concern met Nederlandse entiteiten, betaalde vergoedingen voor diensten zoals royalties en management fees aan Nederlandse groepsmaatschappijen. Tijdens een controle werd vastgesteld dat hierover geen omzetbelasting was afgedragen, waarna de Inspecteur een naheffingsaanslag oplegde met boete.
Het geschil betrof uitsluitend de vraag of over deze aan Nederlandse entiteiten betaalde vergoedingen omzetbelasting verschuldigd was op grond van artikel 4, derde lid jo artikel 11, tweede lid van de Landsverordening omzetbelasting 1999 (LvOB). De Inspecteur stelde dat de diensten binnen het heffingsgebied genoten werden en daarom belast waren.
De Raad concludeerde dat de letterlijke tekst van artikel 4, derde lid LvOB, die spreekt over de plaats waar diensten worden verricht, leidend is en niet de uitleg uit de Memorie van Toelichting die spreekt over de plaats waar diensten worden genoten. De diensten waren feitelijk buiten het heffingsgebied verricht, waardoor geen omzetbelasting verschuldigd was.
De Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en verminderde de naheffingsaanslag tot het juiste bedrag zonder de betwiste omzetbelasting. Hiermee werd de verleggingsregeling strikt volgens de wettekst toegepast.
Uitkomst: De naheffingsaanslag werd verminderd omdat de diensten feitelijk buiten het heffingsgebied waren verricht en daarom geen omzetbelasting verschuldigd was.