ECLI:NL:ORBBNAA:2004:BT8999
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- L. van Gijn
- C.W.M. van Ballegooijen
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Omzetbelasting verschuldigd over buitenlandse artiest in fictieve dienstbetrekking
Appellante organiseerde een personeelsfeest waarbij een buitenlandse artiest O met zijn groep optrad. Hoewel O volgens de loonbelasting als in dienstbetrekking werd beschouwd, stelde appellante dat hij geen ondernemer was voor de omzetbelasting en daarom geen omzetbelasting verschuldigd was over de gage.
De Raad oordeelde dat de aanwijzing in de loonbelastingwetgeving dat O in dienstbetrekking stond, niet betekent dat er ook sprake is van een gezagsverhouding die ondernemerschap uitsluit. O trad zelfstandig op als internationaal bekende artiest en is daarom ondernemer in de zin van de omzetbelasting.
De verleggingsregeling op grond van artikel 11, tweede lid, van de Landsverordening omzetbelasting 1999 is van toepassing, waardoor de opdrachtgever de omzetbelasting moet voldoen. De stelling van appellante dat sprake is van ongelijke behandeling tussen niet-ingezeten en ingezeten artiesten werd verworpen. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en omzetbelasting wordt geheven op grond van de verleggingsregeling.