ECLI:NL:ORBBNAA:2004:BU4441
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Gijn
- Groeneveld
- Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Navordering inkomstenbelasting en willekeur bij toepassing loonbelasting en navordering
Appellant kreeg voor de jaren 1998 en 1999 navorderingsaanslagen inkomstenbelasting opgelegd wegens niet aangegeven inkomsten van M. De vraag was of de Inspecteur in plaats daarvan een naheffingsaanslag loonbelasting bij de werkgever had moeten opleggen. De Raad stelde vast dat appellant wist dat M geen loonbelasting had ingehouden en dat de navorderingsaanslagen niet te hoog waren.
Appellant voerde aan dat in een vergelijkbare situatie bij zijn superieur B loonbelasting was nageheven, terwijl hij zelf een navordering met boete kreeg. De Raad vond dat de constructies en de mate van belastingontduiking vergelijkbaar waren en dat de Inspecteur geen rechtvaardiging had gegeven voor het verschil in aanpak.
De Raad concludeerde dat het willekeurige verschil in bestraffing niet gerechtvaardigd was en verklaarde het beroep van appellant gegrond. De navorderingsaanslagen werden gehandhaafd, maar de verhogingen werden tot nihil verminderd.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen inkomstenbelasting worden gehandhaafd, maar de verhogingen worden tot nihil verminderd wegens willekeurige bestraffing.