ECLI:NL:ORBBNAA:2005:BT2922
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- Drop
- Van Ballegooijen
- Van Muijen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verzuimboete wegens te late aangifte winstbelasting 1999
In deze zaak gaat het om acht gelieerde vennootschappen die een verzuimboete van Naf 500 opgelegd kregen wegens het niet tijdig indienen van hun aangifte winstbelasting over 1999. De aangifte werd ingediend op 3 augustus 2000, terwijl de uiterste datum 30 juni 2000 was. De boete werd opgelegd op 31 juli 2003. Belanghebbenden betwisten de rechtmatigheid van de boete onder meer op grond van overschrijding van de wettelijke termijn voor het opleggen van de boete, schending van de redelijke termijn van berechting, en het evenredigheids-, zorgvuldigheids- en gelijkheidsbeginsel.
De Raad oordeelt dat de boete terecht is opgelegd op basis van de oude bepalingen van de Landsverordening op de winstbelasting 1940, omdat het strafbare feit in 2000 is begaan en de Algemene Landsverordening Landsbelastingen (ALL) pas in 2002 in werking trad. Het beroep op het gunstiger overgangsrecht faalt. De Raad stelt dat het tijdsverloop van ruim twee jaar tussen het begaan van het feit en de beschikking geen schending van de redelijke termijn inhoudt, mede omdat de beroepsprocedure door toedoen van belanghebbenden ruim negen maanden vertraagd is.
Verder wordt geoordeeld dat zelfs een overschrijding van de aangiftetermijn met slechts één dag het opleggen van een verzuimboete kan rechtvaardigen. Het ontbreken van winstbelastingplicht en het verder tijdig indienen van aangiften en betalingen rechtvaardigen geen matiging van de boete. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt afgewezen omdat geen begunstigend beleid door de Inspecteur is vastgesteld en de meerderheidsregel niet is geschonden. De beroepen worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de verzuimboetes worden gehandhaafd.