ECLI:NL:ORBBNAA:2005:BT6202
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.Th. Drop
- C.W.M. van Ballegooijen
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tijdstip oplegging naheffingsaanslag en termijn bezwaar in belastingzaak
In deze belastingzaak stond centraal of de Inspecteur tijdig uitspraak had gedaan op het bezwaarschrift en of de naheffingsaanslag over 1997 binnen de wettelijke aanslagtermijn van vijf jaar was opgelegd. Belanghebbende, een naamloze vennootschap actief in handel van transportmiddelen, betwistte dat de aanslag tijdig was opgelegd.
De Raad stelde vast dat de aanslag op 18 december 2002 op kohier was gebracht en door de Inspecteur was teboekgesteld, hetgeen volgens vaste jurisprudentie van de Raad het moment van oplegging bepaalt. Dit wijkt af van de rechtspraak van de Hoge Raad in Nederland, vanwege de bijzondere bestuursstructuur op de eilanden waar de Inspecteur en Eilandsontvanger gescheiden instanties zijn.
De dagtekening van het aanslagbiljet en de terpostbezorging zijn wel relevant voor de termijn van bezwaar, maar niet voor het opleggingsmoment. De Inspecteur had het bezwaarschrift afgewezen op 1 oktober 2004, buiten de termijn van de Algemene Landsverordening, maar omdat belanghebbende tijdig beroep had ingesteld, werd dit niet als nadeel beschouwd.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de aanslag tijdig was opgelegd binnen de vijfjaarstermijn na het kalenderjaar van de belastingschuld. Hiermee werd de naheffingsaanslag en de boete gehandhaafd.
Uitkomst: De Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de naheffingsaanslag tijdig is opgelegd binnen de wettelijke termijn.