ECLI:NL:ORBBNAA:2006:BQ9190

Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)

Datum uitspraak
19 januari 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
2003-529
Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • J.Th. Drop
  • Th. Groeneveld
  • J.C. Overgaauw
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 Landsverordening winstbelastingArt. 23 Landsverordening winstbelastingArt. 78 lid 5 Algemene Landsverordening Landsbelastingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete wegens te late indiening aangifte winstbelasting 1998

Appellant heeft de aangifte winstbelasting over 1998 te laat ingediend, waarop de Inspecteur een naheffingsaanslag heeft opgelegd met een boete van 500 gulden. Tegen deze boete is bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld bij de Raad van Beroep voor Belastingzaken.

De Raad heeft vastgesteld dat de boete terecht is opgelegd op grond van de toen geldende Landsverordening winstbelasting, die de Inspecteur de bevoegdheid geeft om binnen vijf jaar na het verzuim een boete op te leggen. Het is niet relevant of het Land daadwerkelijk financieel nadeel heeft geleden door de te late indiening.

De Raad oordeelt dat de boete passend en geboden is en dat de wijziging van het boeteregime in de Algemene Landsverordening Landsbelastingen geen invloed heeft op verzuimen uit 1998 vanwege het overgangsrecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.

Uitkomst: De boete van 500 gulden wegens te late indiening van de aangifte winstbelasting 1998 wordt gehandhaafd.

Uitspraak

BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP van 19 januari 2006, nr. 2003-529
1. Het procesverloop:
1.1 Aan appellant is op 28 april 2003 een naheffingsaanslag Winstbelasting 1998 opgelegd. Hiertegen is een bezwaarschrift ingediend dat op 13 juni 2003 door de Inspecteur is ontvangen. De inspecteur heeft het bezwaarschrift bij beschikking van 29 augustus 2003 ongegrond verklaard.
1.2 Tegen deze beschikkingen heeft appellant bij bezwaarschrift van 14 oktober 2003, dat op 16 oktober 2003 is ontvangen, beroep op de Raad ingesteld.
1.3 Ter zitting van 31 oktober 2005 te Willemstad zijn appellant noch de Inspecteur verschenen.
2. Beoordeling:
2.1 De aanslag Winstbelasting 1998 is op nihil gesteld. De inspecteur heeft echter wegens te late indiening van de aangifte een boete van Naf. 500,-- opgelegd.
Vaststaat dat belanghebbende die aangifte te laat heeft ingediend. Volgens de voor dat jaar geldende boetebepalingen uit de Landsverordening winstbelasting ( de artikelen 22 en 23) is de Inspecteur gedurende vijf jaar gerechtigd een verzuimboete op te leggen.
2.2 De Raad is van oordeel dat de boete terecht is opgelegd. De verzuimboete is bedoeld om de belastingplichtige, die te laat aangifte heeft gedaan, zoals belanghebbende, in te scherpen dat zij haar administratieve verplichtingen volledig behoort na te komen. Of er daarbij sprake is van door het Land geleden financieel nadeel is naar het oordeel van de Raad niet van belang. De wetgever heeft de Inspecteur de gelegenheid gegeven om tot vijf jaar na het verzuim een boete op te leggen, zodat niet gezegd kan worden dat de binnen die termijn opgelegde boete onredelijk laat is opgelegd. Dat dit boeteregime inmiddels is gewijzigd in de Algemene Landsverordening Landsbelastingen heeft voor een verzuim begaan in 1998 geen betekenis, gelet op het in artikel 78, lid 5 neergelegde overgangsrecht. Dit overgangsrecht brengt mee dat oude verzuimen blijven vallen onder het oude regime.
Ook overigens acht de Raad de boete passend en geboden, zodat moet worden beslist zoals hieronder is vermeld.
3. De beslissing:
De Raad verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de inmiddels op Naf. 500,-- (vijfhonderd guldens) vastgestelde naheffingsaanslag.
mrs. J.Th. Drop, Th. Groeneveld en J.C. Overgaauw