ECLI:NL:ORBBNAA:2006:BQ9200

Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)

Datum uitspraak
13 april 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
2004-0010
Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • J.Th. Drop
  • C.W.M. van Ballegooijen
  • G.J. van Muijen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 IVBPR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling naheffingsaanslag omzetbelasting en vergrijpboete wegens onvoldoende bewijs kosten voor gemene rekening

Belanghebbende heeft een hockeyveld aangelegd dat tegen betaling door lokale verenigingen wordt gebruikt. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting over het jaar 2000 op, inclusief een vergrijpboete wegens onvoldoende afdracht.

Belanghebbende betwist dat de ontvangen bedragen tot de belaste omzet behoren en stelt dat het om kosten voor gemene rekening gaat. De Raad oordeelt dat belanghebbende niet voldoende bewijs heeft geleverd, zoals schriftelijke vastleggingen of overeenkomsten, om aan te tonen dat er sprake is van kosten die over alle gebruikers worden omgeslagen via een verdeelsleutel. Ook ontbreekt aannemelijkmaking dat gebruikers het risico van exploitatiekosten dragen.

De winst- en verliesrekening ondersteunt het standpunt van belanghebbende niet. De Raad concludeert dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en dat de vergrijpboete gegrond is vanwege grove schuld van belanghebbende. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Het ontbreken van een tweede feitelijke instantie vormt geen reden om de boete te laten vervallen.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag en vergrijpboete wordt ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.

Uitspraak

BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP van 13 april 2006, nr. 2004-0010
1. Het procesverloop:
Aan belanghebbende is, gedagtekend 10 april 2003, een naheffingsaanslag in de omzetbelasting voor het jaar 2000 opgelegd met een boete. Belanghebbende heeft op 26 mei 2003 een bezwaarschrift tegen deze aanslag ingediend. Op 20 november 2003 heeft de Inspecteur uitspraak gedaan op het bezwaarschrift. Het beroepschrift tegen de uitspraak op bezwaar is ingediend op 16 januari 2004. De Inspecteur heeft, gedagtekend 2 februari 2006, een vertoogschrift ingediend.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad op 27 maart 2006. Aldaar zijn verschenen de gemachtigde van belanghebbende en de Inspecteur.
2. Tussen partijen vaststaande feiten:
2.1 Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting zijn, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door één van hen gesteld en door de ander niet of niet voldoende weersproken, de volgende feiten vast komen te staan.
2.2 Belanghebbende heeft onder meer een hockeyveld aangelegd. Dit hockeyveld wordt tegen betaling gebruikt door lokale verenigingen.
2.3 De door de Inspecteur overgelegde winst- en verliesrekening over 2000 van belanghebbende laat als enige bate een huuropbrengst zien van Naf. a en als kosten afschrijvingen Naf. b, electra en onderhoud Naf. c en interestlasten Naf. d; het verlies over het boekjaar komt zodoende uit op Naf. e.
3. Geschil:
In geschil is het antwoord op de vraag of de betreffende ontvangen bedragen door de Inspecteur terecht tot de belaste omzet van belanghebbende zijn gerekend, dan wel dat er sprake is van kosten voor gemene rekening in welk geval de naheffingsaanslagen dienen te worden vernietigd. Belanghebbende betwist tevens de opgelegde boete.
4. De overwegingen:
4.1 Nu belanghebbende haar omzet als onbelast wil zien aangemerkt rust op haar de bewijslast feiten aannemelijk te maken op grond waarvan zij met recht een vrijstelling van de heffing van omzetbelasting bepleit.
4.2 Belanghebbende stelt dat er sprake is van kosten voor gemene rekening maar blijft in gebreke om dit aan de hand van schriftelijke vastleggingen of overeenkomsten of anderszins te adstrueren; onduidelijk is of en op welke wijze er sprake is van kosten die over alle gebruikers in gelijke mate via een vooraf vastgelegde verdeelsleutel worden omgeslagen. Evenmin slaagt belanghebbende erin om aannemelijk te maken dat alle gebruikers naar evenredigheid, via genoemde verdeelsleutel het risico van de exploitatiekosten dragen.
4.3 De door de Inspecteur overgelegde winst- en verliesrekening geeft evenmin op enige wijze onderbouwing aan het standpunt van belanghebbende; de Raad kan op geen enkele uit deze cijfers opmaken dat er sprake is van kosten voor gemene rekening, noch is er enig verband te leggen tussen de ontvangen huurbedragen en de als kosten geboekte uitgaven.
4.4 Het gelijk in het geschil rond de vraag of er sprake is van kosten voor gemene rekening is aan de zijde van de Inspecteur; naar het oordeel van de Raad is het aan de grove schuld van belanghebbende te wijten dat er te weinig omzetbelasting is afgedragen en heeft de Inspecteur terecht de in het geding zijnde vergrijpboete opgelegd.
4.6 Belanghebbende bepleit nog het vervallen verklaren van de boete in verband met het ontbreken van een tweede feitelijke instantie. De Raad ziet in dit, gelet op artikel 14 IVBPR Pro, gebrek in de rechtsgang, vooralsnog geen reden om terug te komen op haar in het verleden reeds meerdere malen genomen beslissingen en handhaaft de boete.
5. Beslissing:
De Raad verklaart het beroep ongegrond.
mrs. J.Th. Drop, C.W.M..van Ballegooijen en G.J. van Muijen