ECLI:NL:ORBBNAA:2006:BQ9537
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.Th. Drop
- C.W.M. van Ballegooijen
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over gerealiseerde goodwill bij inbreng eenmanszaak in naamloze vennootschap
Belanghebbende bracht op 1 oktober 1997 zijn eenmanszaak in de vorm van een a-praktijk in een naamloze vennootschap, waarbij op de openingsbalans een goodwill van Naf. 1.000.000,- werd geactiveerd. Belanghebbende had niet gekozen voor een geruisloze inbreng zoals bedoeld in artikel 8, letter f, van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 (LIB).
De kern van het geschil betrof de vraag of de bij de inbreng gerealiseerde goodwill ten laste van het belastbaar inkomen een stamrecht kan worden bedongen op grond van artikel 11 lid 2 van Pro de LIB. De Raad stelde vast dat de voordelen uit de inbreng volgens artikel 6 lid 2 letter Pro d van de LIB tot de belastbare winst behoren en dat de systematiek van de LIB uitsluit dat een later genoemd artikel, zoals artikel 11 lid Pro 2, op deze voordelen van toepassing kan zijn.
De Raad verwierp de stelling van belanghebbende dat een stamrecht ten laste van deze winst kon worden bedongen en oordeelde dat de winst uit de inbreng van goodwill tot het belastbare inkomen van het betreffende jaar moet worden gerekend. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de winst uit de inbreng van goodwill is belastbaar in het jaar van inbreng.