ECLI:NL:ORBBNAA:2006:BQ9538
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- mrs. Drop
- Groeneveld
- Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid kosten werkkamer in eigen woning bij dienstbetrekking
Belanghebbende, werkzaam als belastingadviseur in loondienst, bracht in zijn aangifte inkomstenbelasting 2001 kosten van een werkkamer in zijn eigen woning in aftrek als verwervingskosten van loon uit dienstbetrekking. De Inspecteur weigerde deze aftrekpost grotendeels te erkennen, stellende dat kosten van een werkkamer in de eigen woning niet aftrekbaar zijn sinds een wetswijziging in 1992 die de huurwaarde van de eigen woning buiten het belastbaar inkomen houdt.
De Raad van Beroep stelde vast dat de wetswijziging geen wijziging bracht in artikel 9 van Pro de Landsverordening op de inkomstenbelasting (LIB), waarin de aftrek van kosten die drukken op de opbrengst van loon uit dienstbetrekking is geregeld. De kosten van een werkkamer zijn volgens de Raad aftrekbaar omdat zij direct verband houden met de dienstbetrekking. Het feit dat voordelen uit de eigen woning niet belast worden, verandert hier niets aan.
De Inspecteur baseerde zijn standpunt op de Memorie van Toelichting bij de landsverordening van 1998, maar de Raad vond hierin geen aanwijzing dat de wetgever ook de aftrek van kosten van een werkkamer wilde uitsluiten. De Raad verklaarde het beroep gegrond en stelde het belastbaar inkomen van belanghebbende dienovereenkomstig lager vast.
De uitspraak bevestigt dat de kosten van een werkkamer in de eigen woning als verwervingskosten van loon uit dienstbetrekking aftrekbaar zijn, mits zij een directe relatie hebben met de dienstbetrekking. Dit betekent dat belastingplichtigen in vergelijkbare situaties dergelijke kosten kunnen blijven aftrekken, ondanks de uitsluiting van het eigenwoningvoordeel uit het belastbaar inkomen.
Uitkomst: De Raad van Beroep verklaart het beroep gegrond en vermindert het belastbaar inkomen met de kosten van de werkkamer tot Afl. 136.036.