Uitspraak
zitting houdende op Curaçao,
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Belanghebbende betwistte de aanslag inkomstenbelasting over 2004 waarbij de Inspecteur de aftrek van betaalde premies voor een brandverzekering op zijn woning weigerde. De premies werden opgevoerd als kosten van een hypothecaire geldlening.
De Raad stelde vast dat belanghebbende een woning bewoont die is belast met een erfpachtsrecht en waarop hypotheken zijn gevestigd. De leningsovereenkomsten bevatten een verplichting tot het verzekeren van de woning tegen brandschade. Belanghebbende betaalde in 2004 premies voor een brandverzekering van de opstallen op het kavel.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of deze premies aftrekbaar zijn als persoonlijke lasten op grond van de causaliteit met de geldlening of dat zij kosten betreffen die samenhangen met het in stand houden van de eigen woning. De Raad overwoog dat sinds de wetswijziging in 2000 het bronkarakter van de eigen woning is vervallen, waardoor premies voor brandverzekering niet langer aftrekbaar zijn als persoonlijke lasten.
De Raad concludeerde dat de brandverzekeringskosten tot het milieu van de eigen woning behoren en niet tot dat van de geldlening. De verplichting van de geldgever om verzekering af te dwingen leidt niet tot aftrekbaarheid van de premies door de geldlener. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de premies brandverzekering zijn niet aftrekbaar als persoonlijke lasten.