Uitspraak
zitting houdende in Aruba,
gemachtigde [A],
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Belanghebbende heeft in juni-juli 2003 invoeraangiften gedaan voor mobiele telefoons en verzocht om restitutie van invoerrechten wegens vermeende dubbele verzending van circa 17.000 stuks. De Inspecteur wees het verzoek af en belanghebbende ging in beroep.
Tijdens de zittingen in 2006 werd belanghebbende in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren, waaronder een verklaring van de leverancier en financiële documenten. Hoewel belanghebbende creditnota's overlegde waaruit bleek dat 10.910 telefoons waren teruggezonden en uitgevoerd, kon zij niet aantonen dat deze telefoons tot een dubbel ingevoerde partij behoorden.
De Raad concludeerde dat geen sprake was van dwaling of verschoonbaar verzuim zoals bedoeld in artikel 128a LIUD, mede omdat de overschatting van afzetmogelijkheden geen grond voor restitutie vormt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot restitutie van invoerrechten wordt afgewezen.