ECLI:NL:ORBBNAA:2008:BR5379
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.Th. Drop
- C.W.M. van Ballegooijen
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over rente en afwaardering van leningen binnen concernverhoudingen
Belanghebbende verstrekte in 1999 een lening aan haar zustervennootschap S. zonder schriftelijke overeenkomst, zonder rente en zonder zekerheid. S. ging in 2003 in liquidatie. Belanghebbende wilde de lening afwaarderen tot nihil ten laste van het fiscale resultaat, maar de Inspecteur stelde dat de voorwaarden niet zakelijk waren en weigerde deze afwaardering.
Daarnaast verstrekte belanghebbende een lening aan haar moedervennootschap R. Holdings tegen 6% rente, terwijl de Inspecteur een zakelijk rentepercentage van 8% hanteerde. Belanghebbende voerde aan dat 6% passend was, gelijk aan staatsobligaties en time deposito’s, en beriep zich op gewekt vertrouwen.
De Raad oordeelde dat de lening aan S. niet onder zakelijke voorwaarden was verstrekt, omdat geen zekerheid was gesteld terwijl banken dat wel eisten. Het verlies door afwaardering mocht daarom niet ten laste van het fiscale resultaat komen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de Inspecteur geen standpunt had ingenomen over de rekening courant verhouding met S.
Ten aanzien van de lening aan R. Holdings stelde de Raad dat 8% een zakelijk rentepercentage is, gezien het hogere risico ten opzichte van staatsobligaties en deposito’s en de 12% rente die belanghebbende zelf betaalt. Het beroep op gewekt vertrouwen faalde omdat de gemachtigde op de hoogte was van het 8%-beleid.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de aanslag en de correcties van de Inspecteur.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard; de lening aan S. wordt niet afgeschreven en de rente op de lening aan R. Holdings wordt gesteld op 8%.