Uitspraak
gemachtigde [A],
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Belanghebbende, opgericht in 1999, voerde een pensioenregeling voor haar directeur in die een pensioenvoorziening toekent op basis van een overeengekomen pensioengrondslag. De Inspecteur accepteerde de door belanghebbende gevormde pensioenvoorziening van Naf 70.000 niet en legde een aanslag winstbelasting op van Naf 70.400.
Belanghebbende kwam in bezwaar en beroep tegen deze aanslag, stellende dat er een rechtens afdwingbare pensioenverplichting bestaat die als bedrijfsschuld aftrekbaar is. De Inspecteur betwistte dit en stelde dat pensioenopbouw alleen mogelijk is over daadwerkelijk genoten loon en dat de arbeidsovereenkomst niet ondertekend was.
De Raad oordeelde dat ondanks het feit dat de directeur in 2002 geen loon genoot, de pensioenbrief een afdwingbare verplichting bevatte. De Raad stelde vast dat een brutomaandsalaris van Naf 3.500 was overeengekomen en dat de pensioenvoorziening volgens goed koopmansgebruik moest worden gewaardeerd, rekening houdend met een opbouwperiode vanaf 1997.
De Raad vernietigde de beschikking en stelde de aanslag vast op een belastbaar bedrag van Naf 29.068, waarbij de pensioenvoorziening werd gewaardeerd op circa Naf 64.209 per 31 december 2002, gebaseerd op een opbouw van 13 jaar en vijf maanden.
Uitkomst: De aanslag winstbelasting 2002 wordt verminderd tot een belastbaar bedrag van Naf 29.068 met correcte waardering van de pensioenvoorziening.