Uitspraak
zitting houdende op Curaçao,
gemachtigden: [A] en [B],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Belanghebbende, een accountants- en belastingadvieskantoor, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd wegens onbelaste vergoeding van schoolkosten voor kinderen van ex-patriates die niet werkzaam zijn in deviezengenererende sectoren. De Inspecteur kwalificeerde deze vergoedingen als loon en legde een boete op.
Belanghebbende stelde dat haar ex-patriates gelijk behandeld moesten worden als ex-patriates in de aangewezen sectoren, die onbelaste vergoeding van schoolkosten mogen ontvangen. Tevens stelde zij dat de kosten onbelast konden worden vergoed als kosten die hun grond vinden in de dienstbetrekking. De Inspecteur betwistte dit en verwees naar het ontbreken van een schriftelijk verzoek en het feit dat belanghebbende niet tot de aangewezen sectoren behoort.
De Raad oordeelde dat het gelijkheidsbeginsel weliswaar ongelijkheid in de regeling blootlegt, maar dat toepassing van de regeling gebonden is aan voorwaarden, waaronder het schriftelijk verzoek. Omdat belanghebbende dit verzoek niet had ingediend, was de naheffing terecht. Ook werd geoordeeld dat scholingskosten niet direct verbonden zijn aan de dienstbetrekking en dus niet onbelast vergoed kunnen worden. De boete van 15% werd passend geacht vanwege grove schuld.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de naheffingsaanslag en boete.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag en boete van 15% worden bevestigd.