Uitspraak
zitting houdende op Curaçao,
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Belanghebbende verhuisde eind oktober 2007 van Nederland naar Curaçao en voerde een personenauto in die sinds 1999 in zijn bezit was. De auto werd via een Nederlands bedrijf, dat samenwerkt met een Curaçaos bedrijf voor inklaring, ingescheept. Deze bedrijven hebben echter geen verzoek tot vrijstelling van invoerrechten ingediend bij de Curaçaose douane.
Belanghebbende diende op 28 november 2007 een bezwaarschrift in tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar door de Inspecteur, die oordeelde dat geen tijdige aangifte met vrijstellingsverzoek was gedaan. Belanghebbende stelde dat de omissie van het bedrijf hem niet te verwijten viel en probeerde dit te corrigeren met een aanvraag op 19 november 2007.
De Raad oordeelt dat belanghebbende wel tijdig beroep heeft ingesteld, maar dat het ontbreken van een juiste aangifte met vrijstellingsverzoek niet kan worden hersteld door de latere aanvraag. Het bezwaarschrift was terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep wordt ongegrond verklaard. De bestreden uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een tijdige en juiste aangifte met vrijstellingsverzoek.