Uitspraak
gemachtigde [A],
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Belanghebbende maakte bezwaar tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting over de jaren 1999, 2000, 2001 en 2005. De Inspecteur handhaafde de aanslagen en voerde onder meer correcties door op basis van een onderzoek naar rekening-courantverhoudingen en inkomsten.
De Raad stelde vast dat het bezwaar over 2001 niet tijdig was ingediend binnen de wettelijke termijn van twee maanden, zonder dat belanghebbende een verschoonbare reden had opgegeven. Daarom werd het bezwaar over 2001 niet-ontvankelijk verklaard.
Ten aanzien van de jaren 1999, 2000 en 2005 oordeelde de Raad dat de Inspecteur voldoende gemotiveerd had aangegeven waarom zij van de aangiften was afgeweken, onder meer door verwijzing naar een controlerapport en informatie van derden. Belanghebbende had geen tegenbewijs geleverd tegen de correcties, waaronder de winstuitdeling in 2000 die als fictieve uitdeling werd aangemerkt.
Het beroep over de jaren 1999, 2000 en 2005 werd daarom ongegrond verklaard. De uitspraak werd gedaan door de Raad van Beroep voor Belastingzaken Nederlandse Antillen en Aruba op 19 maart 2010.
Uitkomst: Het bezwaar over 2001 is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding; het beroep over 1999, 2000 en 2005 is ongegrond verklaard.