Uitspraak
zitting houdende in Aruba,
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Belanghebbende, verkoper van loterijloten (catochi), kreeg een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1998 opgelegd na een onderzoek in 2003 dat hogere inkomsten dan aangegeven aan het licht bracht. Belanghebbende voerde aan dat het vereiste nieuwe feit voor navordering ontbrak, dat hij niet te kwader trouw was en dat de Inspecteur in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur had gehandeld.
De Raad oordeelde dat de navordering terecht was, omdat de feiten uit het onderzoek in 2003 niet bekend konden zijn bij de oorspronkelijke aanslag in 2002. De Inspecteur mocht navorderen op basis van deze nieuwe gegevens. Wel werd vastgesteld dat de Inspecteur een te hoge correctie had toegepast en dat de bewijslast niet volledig was omgekeerd.
De Raad volgde de Inspecteur in haar aangepaste schatting van de navorderingsaanslag tot een belastbaar inkomen van Afl. 222.127. De boete werd vernietigd omdat deze niet gehandhaafd kon worden. Het beroep werd gegrond verklaard en de navorderingsaanslag dienovereenkomstig aangepast.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de navorderingsaanslag wordt vastgesteld op een belastbaar inkomen van Afl. 222.127, met vernietiging van de boete.