ECLI:NL:PHR:1908:1

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juni 1908
Publicatiedatum
21 juni 2024
Zaaknummer
300
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 180 SrArt. 182 SrArt. 374 SvArt. 105 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens onjuiste kwalificatie wederspannigheid met lichamelijk letsel

In deze zaak bevestigde het hof het vonnis van de Arrondissementsrechtbank Leeuwarden waarin vier personen werden veroordeeld voor wederspannigheid met vereenigde krachten tegen politieambtenaren, waarbij lichamelijk letsel werd toegebracht door één van hen. De kwalificatie luidde dat alle vier personen aansprakelijk waren voor het lichamelijk letsel, hetgeen volgens de conclusie van de Hoge Raad onjuist is.

De Hoge Raad stelt dat op grond van artikel 182 Sr Pro alleen de dader van het lichamelijk letsel aansprakelijk is voor die schade, terwijl de overige deelnemers aan de wederspannigheid niet aansprakelijk zijn voor het lichamelijk letsel. Hierdoor is artikel 182 Sr Pro geschonden door de gegeven kwalificatie.

De conclusie adviseert de Hoge Raad om het arrest van het hof ambtshalve te vernietigen voor zover het de kwalificatie betreft en het feit opnieuw te kwalificeren conform de juiste toepassing van artikel 182 Sr Pro, met verwerping van het beroep voor het overige. De zaak van de vierde verdachte, die niet in hoger beroep was gegaan, blijft buiten beschouwing.

Deze conclusie benadrukt het belang van een juiste juridische kwalificatie bij samengestelde feiten en de beperking van aansprakelijkheid binnen groepsdelicten wanneer lichamelijk letsel is toegebracht.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt ambtshalve vernietigd voor zover het de kwalificatie betreft, met herkwalificatie conform artikel 182 Sr.

Conclusie

Edele Hoog Achtbare Heeren!

Bij het bestreden arrest werd, met verbetering van gronden, in hooger beroep bevestigd een vonnis der Arrond.-Rechtbank te Leeuwarden waarbij aan het te laste gelegde en bewezen verklaarde feit – hierin bestaande dat de requiranten, te zamen met een vierde beklaagde wiens zaak niet aan hooger beroep werd onderworpen, zich gelijktijdig met vereenigde krachten tegen de twee daarbij genoemde ambtenaren van politie, werkzaam in de rechtmatige uitoefening hunner bediening, krachtdadig hebben verzet op de wijze in de dagvaarding omschreven, doch waarbij alleen de door den derden requirant gepleegde gewelddadigheid lichamelijk letsel ten gevolge had, ̶ werd gegeven de kwalificatie "wederspannigheid gepleegd door vier personen met vereenigde krachten, terwijl het door hen gepleegde misdrijf eenig lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad", en daarop waren toegepast de artikelen 180 en 182 Strafr.
Het komt mij voor dat deze kwalificatie niet juist is.
Immers volgens art. 182 wordt Pro, ingeval de wederspannigheid in art. 180 omschreven Pro, door twee of meer personen met vereenigde krachten is gepleegd, ̶ indien het misdrijf eenig lichamelijk letsel ten gevolge heeft, deze laatste omstandigheid alleen als bezwarend aangemerkt ten aanzien van den schuldige, d.i. van hem wiens eigen daden dit letsel ten gevolge heeft. Voor daden van dezen, zijn, indien het in dat artikel omschreven feit zich voordoet, de overige deelnemers aan de wederspannigheid, op dit punt niet aansprakelijk.
Door de gegeven kwalificatie is dus genoemd art. 182 m.i. geschonden.
Indien de Hooge Raad in mijne meening mocht deelen, dan zal, vermits de bepaling van art. 374 Strafv Pro. m.i. niet van toepassing is op den vierden bij vonnis der Rechtbank voor hetzelfde misdrijf veroordeelde, ̶ omdat diens zaak niet aan hooger beroep werd onderworpen, 's Raads arrest waarbij 's Hofs uitspraak wordt vernietigd, niet te zijnen aanzien kunnen gelden. (De Raad vergelijke ook de Pinto herz. Wetb. van Strafv. II, bl. 510).
Ik heb daarom de eer te concludeeren dat de Hooge Raad ambtshalve vernietige het bestreden arrest, doch alleen voor zoover daarbij is bevestigd het tegen requiranten gewezen vonnis der Rechtbank ten aanzien der kwalificatie, en te dien aanzien krachtens art. 105 R.O. opnieuw rechtdoende het feit kwalificeere: wederspannigheid gepleegd door vier personen met vereenigde krachten, ̶ zulks wat den derden requirant betreft, terwijl het door hem gepleegde misdrijf eenig lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad, ̶ met verwerping overigens van het beroep.