ECLI:NL:PHR:1926:1
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Arrest Hoge Raad over toepassing artikel 11 Successiewet bij schenking van periodieke uitkering
In deze zaak stond de toepassing van artikel 11 van Pro de Successiewet (oud) centraal, waarbij het ging om de vraag of een schenking van een periodieke uitkering die drie dagen vóór het overlijden van de schenker eindigt, als een fictieve erfrechtelijke verkrijging moet worden beschouwd. De eiser stelde dat artikel 11 niet Pro van toepassing was omdat de overledene geen recht had op de uitkering tot aan zijn dood.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de erflater tot zijn dood recht had op de uitkering, ondanks de bepaling dat de uitkering drie dagen vóór overlijden zou ophouden. Dit omdat het recht op de uitkering afhankelijk was van een toekomstige, onzekere gebeurtenis (het overlijden), en het recht daarom voortduurde totdat die gebeurtenis daadwerkelijk plaatsvond.
De conclusie van de Advocaat-Generaal Mr. Ledeboer was dat het middel ongegrond was en dat het beroep verworpen moest worden. Hiermee werd bevestigd dat de schenking onder artikel 11 Successiewet Pro valt, ook al eindigt de uitkering enkele dagen vóór het overlijden van de schenker.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en artikel 11 Successiewet wordt toegepast op de schenking van de periodieke uitkering.