ECLI:NL:PHR:1940:1
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling aansprakelijkheid Staat bij verkoop inbeslaggenomen runderen door Ontvanger
In deze zaak staat centraal of de Staat, vertegenwoordigd door de Ontvanger, bij de verkoop van inbeslaggenomen runderen op gelijke voet met een particulier handelt en of deze verkoop onrechtmatig was jegens de eiser. De Ontvanger had de runderen verkocht na rechterlijke machtiging op grond van artikel 29 van Pro de Wet van 18 april 1874.
De Hoge Raad bevestigt dat de verkoop door de Ontvanger een overheidshandeling is en niet vergelijkbaar met handelen van een particulier. De rechterlijke machtiging geeft de Ontvanger de bevoegdheid om de verkoop rechtmatig uit te voeren. De rechtbank had de Ontvanger gedechargeerd op basis van deze machtiging.
Echter, de Hoge Raad stelt dat het niet uitgesloten is dat de overheid bij de uitvoering van haar taak haar bevoegdheid kan misbruiken. De vraag of de Ontvanger de belangen van de eiser voldoende heeft behartigd, bijvoorbeeld door de runderen als fokvee te verkopen in plaats van als slachtvee, moet nader worden onderzocht. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de verkoop een overheidshandeling is maar verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar misbruik van bevoegdheid.