ECLI:NL:PHR:1943:2
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid dagvaarding wegens ontbreken plaats van het feit in slachtzaak runderen
In deze strafzaak werd verdachte beschuldigd van het medeplichtig zijn aan het opzettelijk in strijd handelen met het verbod op het slachten van runderen, door het ter beschikking stellen van het achterhuis van zijn woning voor deze handelingen in februari en maart 1942.
De Hoge Raad oordeelde dat in de dagvaarding de plaats van het strafbare feit niet expliciet was vermeld, wat een formeel gebrek opleverde. Desondanks werd vastgesteld dat verdachte begreep dat het achterhuis van zijn woning de plaats van het feit was, zoals blijkt uit zijn verklaring tijdens de terechtzitting.
De Hoge Raad vernietigde het vonnis uitsluitend voor wat betreft de kwalificatie van het bewezenverklaarde en stelde vast dat de juiste kwalificatie medeplichtigheid aan het verboden slachten van rundvee betreft, zoals bepaald in het Economisch Sanctiebesluit 1941 en het Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Vonnis vernietigd voor kwalificatie; medeplichtigheid aan verboden slachten bevestigd.