ECLI:NL:PHR:1948:1
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid van opzegging arbeidsverhouding zonder toestemming Directeur Gewestelijk Arbeidsbureau
In deze zaak stond de vraag centraal welke betekenis moet worden toegekend aan artikel 6 lid 1 van Pro het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945, dat bepaalt dat werkgever en werknemer de arbeidsverhouding niet mogen beëindigen zonder toestemming van de Directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau.
Eiser in cassatie stelde dat een ontslag niet gegeven kan worden voordat deze toestemming is verkregen. Diverse lagere rechters hadden hierover uiteenlopende uitspraken gedaan, waarbij sommige oordeelden dat de opzegging pas rechtsgeldig is vanaf de datum van toestemming, terwijl anderen een strengere uitleg hanteerden.
De Hoge Raad bevestigde dat de opzegging zonder toestemming nietig is, maar dat de schriftelijke toestemming van de Directeur als een feitelijke goedkeuring kan worden uitgelegd, waardoor de nietigheid kan worden omgezet in een geldige rechtshandeling. De Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eiser in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat opzegging zonder toestemming nietig is maar kan worden geconverteerd in een geldige rechtshandeling.