Conclusie
elkeinbreuk daarop
in iedergeval wél wanprestatie zou zijn. Ik zou willen vragen: welke automobilist, ook onder die gene, die zich terecht als goede automobilisten beschouwen, zou zich erop mogen beroemen, dat hij altijd alle verkeersregels naleeft “met de grootste stiptheid”? Natuurlijk vormt deze verplichting onder de verplichtingen van een chauffeur een van de meer belangrijke, misschien zelfs de belangrijkste. Aan te nemen echter, dat zij geheel onttrokken zou zijn aan de werking van wat ik meende als hoofdregel te moeten aanvaarden, zou mij te ver gaan. Verder doen dan de stelling, dat tekortschieten op dit terrein reeds uit het enkele feit van de aanrijding zou blijken enigszins gewaagd aan. Intussen zou ik niet hierop mijn critiek willen baseren; Ik neem aan, dat de rechter bedoeld heeft: de aanrijding zoals die in concreto is geschied. Tenslotte schijnt mij weder niet van kracht de overweging, waarmede de Rechtbank kennelijk bedoelt de motivering van de Kantonrechter te versterken, namelijk dat de fout aan de werkgever schade heeft berokkend. Ik zou menen, wanneer men “überhaupt” de regel, dat niet iedere fout van een arbeider wanprestatie is, voor juist houdt, dan denkt men daarbij niet enkel aan fouten zonder enig schadelijk gevolg voor de werkgever. Deze toch zouden zich ook bij niet aanvaarding van de regel meestal in redelijkheid niet als wanprestatie tegenover deze laatste laten beschouwen.