ECLI:NL:PHR:1959:BH0983

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
20 januari 1959
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
59664
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 247 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing cassatieberoep inzake ontucht met minderjarige ondanks beroep op afwezigheid van alle schuld

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor ontucht met een 14-jarig meisje, in strijd met artikel 247 van Pro het Wetboek van Strafrecht. De verdachte voerde in cassatie aan dat hij afwezigheid van alle schuld had, omdat het meisje er ouder uitzag dan 16 jaar, hetgeen volgens hem het ontbreken van schuld zou rechtvaardigen.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft in zijn conclusie gesteld dat de gronden voor afwijzing van het cassatieberoep gelijk zijn aan die in een soortgelijke zaak (no. 59665). De Hoge Raad heeft vervolgens het cassatieberoep verworpen, waarmee de eerdere veroordeling in stand blijft.

Deze uitspraak bevestigt dat het beroep op afwezigheid van alle schuld wegens het uiterlijk van het slachtoffer niet toereikend is om strafrechtelijke aansprakelijkheid in gevallen van ontucht met minderjarigen uit te sluiten. De Hoge Raad benadrukt hiermee de bescherming van minderjarigen tegen seksuele delicten.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor ontucht met een 14-jarig meisje blijft in stand.

Conclusie

B.
No. 59664.
Zitting 25 november 1968.
Mr. van Oosten
Conclusie inzake:
[requirant].
Edele Hoog Achtbare Heren,
In deze zaak kom ik tot dezelfde conclusie als die, welke heden door mij genomen is in de zaak van […] (no. 59665). De gronden, waarop mijn conclusie berust, zijn, mutatis mutandis, gelijk aan die, welke in de zaak — […] ontwikkeld zijn.
Ik concludeer mitsdien tot verwerping van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,