Conclusie
nagenoeghad voltooid en
nagenoegevenwijdig aan de lengteas van de Deurningerstraat reed. Dit kan geen andere betekenis hebben, dan dat gerequireerde zijn richtingsverandering nog niet had voltooid en nog niet evenwijdig aan de lengteas van de Deurnigerstraat reed, laat staan, dat hij, na zijn voorgenomen richtingsverandering te hebben voltooid,
vervolgens(aldus Uw Raad in zijn arrest van 17 februari 1959) een afstand op de Deurningerstraat had afgelegd. Hij kan onder die omstandigheden niet geacht worden te zijn gaan deel uitmaken van het verkeer, dat de Deurningerstraat op de normale wijze volgt. De Rechtbank is derhalve uitgegaan van een onjuiste betekenis van de in de t.l.l. voorkomende, aan de wet ontleende woorden "uit tegengestelde richting tegemoet reed" en heeft dus doende van iets anders vrijgesproken, dan was telastegelegd en daarmede niet beraadslaagd en beslist op de grondslag van de telastelegging. Het beroep in cassatie is dan ook ontvankelijk en daarmee tevens gegrond, weshalve ik de eer heb te concluderen, dat Uw Raad het vonnis, waarvan beroep in cassatie zal vernietigen met verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof van het ressort ter verdere berechting en afdoening op het bestaande hoger beroep.