ECLI:NL:PHR:1967:AC3505
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afstand door huurder van gebruik gehuurde aan eigen NV strijdig met huurbescherming
In deze zaak stond centraal of een huurder zijn gebruiksrecht van het gehuurde mocht overdragen aan een door hemzelf opgerichte naamloze vennootschap, terwijl hij tevens directeur en enig aandeelhouder van die NV was. De Rechtbank had geoordeeld dat deze inbreng een verboden afstand van huur was, mede omdat de huurder het woongedeelte door zijn zoon en diens echtgenote liet bewonen.
De Hoge Raad bevestigde dat deze situatie strijdig is met artikel 1595 lid 1 BW Pro, dat afstand van huur aan derden verbiedt. Ook werd overwogen dat de huurder niet meer in het genot van het gehuurde was, omdat hij zijn rechten en verplichtingen had ingebracht in de NV en elders woonde. Hierdoor was artikel 18 lid 2 van Pro de Huurwet niet van toepassing.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de eis tot ontruiming ontvankelijk was zonder toetsing aan de gronden van artikel 18 lid 2 Huurwet Pro. De huurbescherming kwam de huurder in deze situatie niet toe, en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de overdracht van het gebruiksrecht aan een eigen NV een verboden afstand is, waardoor huurbescherming niet toekomt en ontruiming toewijsbaar is.