Conclusie
onder 2ingebrachte motiveringsklacht faalt m.i.; het is de vraag of, ter bepaling van de duur van de termijn, waarbinnen [eiser] , na van de kortingen te hebben kennis genomen, had dienen te protesteren, relevant kan zijn ‘’dat het hier gaat om talrijke met korte tussenpozen uitgevoerde leveranties van eenden, welke bestemd waren om door Calot te worden verwerkt (waardoor vaststelling van de hoedanigheid der eenden slechts een beperkte tijd beschikbaar was)’’. Beoordeeld naar de termen van het zgn. mestcontract kan, de aard van deze overeenkomst in aanmerking genomen, de billijkheid zeer wel vorderen dat [eiser] binnen een korte termijn na het vernemen der kortingen daartegen diende te protesteren.