ECLI:NL:PHR:1971:3
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Conclusie Procureur-Generaal inzake cassatieberoep met diverse procedurele klachten
In deze conclusie behandelt de Procureur-Generaal een cassatieberoep waarin de requirant meerdere klachten uit over procedurele tekortkomingen en bewijsvoering. De eerste klacht betreft de te late betekening van oproepingen, welke ongegrond wordt verklaard omdat de requirant zelf betekening onmogelijk maakte en de toepasselijke termijn niet van toepassing is.
Vervolgens wordt het beroep op het ne bis in idem-beginsel verworpen, omdat het horen naar aanleiding van eigen bezwaarschriften niet onder dit beginsel valt en een niet betekend stuk geen betekenis heeft. De verwijzing in de dagvaarding naar een beschikking van de rechtbank in plaats van het gerechtshof wordt eveneens niet als onjuist beoordeeld.
Andere klachten betreffen onder meer de bevoegdheid van een raadsheer om een beschikking te tekenen, een kennelijke schrijffout in de tenlastelegging, en de medewerking van een politierechter aan een dagbepaling, welke allen worden afgewezen. Ook het verwijderingsbevel van de verdachte en het verzoek om schriftelijk vonnis worden besproken, waarbij wordt geoordeeld dat na verwijdering geen recht op het laatste woord bestaat.
Tot slot wordt de klacht over bewijsvoering op basis van één getuige verworpen, aangezien aanvullend bewijs aanwezig is. De conclusie luidt dat geen van de cassatiemiddelen slaagt en het beroep verworpen dient te worden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens ongegrondheid van de klachten.