ECLI:NL:PHR:1974:AB3749
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van het request-civiel in belastingzaken volgens Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
In deze zaak heeft de Hoge Raad beoordeeld of het rechtsmiddel van request-civiel openstaat tegen een arrest gewezen krachtens de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken van 17 mei 1956.
De verzoeker had een request-civiel ingesteld tegen een arrest van de Hoge Raad waarin een eerder beroep was verworpen. De Hoge Raad verwijst naar een eerdere uitspraak uit 1932 waarin reeds werd beslist dat request-civiel niet openstaat in belastingzaken. De huidige wetgeving biedt een eigen, volledige regeling voor de procesgang in belastingzaken, waardoor het request-civiel als rechtsmiddel niet is voorzien.
De conclusie benadrukt dat de ruime tekst van art. 382 Rv Pro. niet tot een ander oordeel leidt, omdat deze slechts request-civiel toelaat tegen vonnissen in laatste feitelijke ressort en niet tegen arresten van de Hoge Raad die niet als feitelijke rechter optreden.
Ten slotte wordt ingegaan op de aangevoerde middelen van het request-civiel, die niet betrekking hebben op een materiële eis maar op grieven en motiveringsvragen, waardoor het verzoek niet ontvankelijk is verklaard met een beslissing omtrent de kosten.
Uitkomst: Het verzoek tot herroeping via request-civiel in belastingzaken is niet-ontvankelijk verklaard.