Conclusie
verbergen, strafbaar gesteld bij artikel 280 Sr Pro.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door de Rechtbank en het Hof veroordeeld voor het opzettelijk verbergen van een minderjarig meisje dat zich had onttrokken aan het wettig gezag, door haar onder te brengen in een woning zonder medeweten van de ouders. De zaak betrof een periode in juni 1969 in het arrondissement Haarlem.
De verdachte stelde geen middelen van cassatie in, maar de Procureur-Generaal stelde ambtshalve vragen over de kwalificatie van het bewezenverklaarde feit als verbergen in de zin van artikel 280 Sr Pro. Hij verwees naar een eerder arrest van de Hoge Raad uit 1942 waarin werd geoordeeld dat het tijdelijk onderbrengen van een minderjarige bij derden zonder mededeling aan de politie niet automatisch het strafbare verbergen oplevert.
De Procureur-Generaal concludeerde dat de Rechtbank en het Hof een te ruime uitleg hadden gegeven aan het begrip 'verbergen' en dat het bewezenverklaarde feit niet strafbaar was onder artikel 280 Sr Pro. Daarom werd voorgesteld het arrest en het vonnis te vernietigen en de verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens onvoldoende bewijs voor het misdrijf van verbergen minderjarige.