Conclusie
[eiseres 1]
De naamloze vennootschap NV Maatschappij van Assurantie
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak vordert het Algemeen Mijnwerkersfonds vergoeding van verplegingskosten van een moeder die gewond raakte door een verkeersongeval veroorzaakt door haar dochter, die haar kosteloos meerreed op een vakantiereis.
De rechtbank en het hof wezen de vordering toe, waarbij werd geoordeeld dat de aansprakelijkheid van de dochter als bestuurder tegenover haar moeder als passagier niet wordt uitgesloten door de kosteloze aard van het vervoer of hun familiale relatie. Eisers tot cassatie betoogden dat bijzondere omstandigheden, zoals het gezinsverband en het feit dat het om een belangeloze dienstverlening ging, de aansprakelijkheid zouden moeten beperken.
De Hoge Raad bevestigde dat volgens artikel 1401 BW Pro de aansprakelijkheid ook bij lichte fouten geldt, en dat alleen bijzondere omstandigheden, waaronder de financiële situatie en verzekeringsdekking, aanleiding kunnen geven tot matiging van de schadevergoeding. De familiale relatie en het kosteloos meerijden leiden niet tot uitsluiting van aansprakelijkheid. De verzekeringsdekking speelt een doorslaggevende rol bij de toekenning van volledige schadevergoeding.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de aansprakelijkheid van de dochter jegens haar moeder, waarbij de bijzondere omstandigheden onvoldoende waren om de aansprakelijkheid uit te sluiten of te beperken.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de dochter aansprakelijk is voor de schade van haar moeder ondanks kosteloos meerijden en familiale relatie.