Conclusie
middel van cassatiewordt sub I de motivering bestreden, welke het Hof heeft gegeven met betrekking tot welke personen in casu onder ‘’de zijnen’’ zijn te begrijpen, terwijl het middel sub II is gericht tegen de opgelegde dwangsom.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak ging het om drie identieke procedures waarin eisers panden van de Amro-Bank hadden gekraakt. De Bank vorderde ontruiming van deze panden door de eisers ‘met het zijne en de zijnen’. De president stelde de eisers tot ontruiming veroordeeld, maar weigerde de ontruiming te bevelen voor anderen dan de eisers zelf. De Bank ging in hoger beroep en het hof beval ontruiming door de eisers en ‘de zijnen’, met een dwangsom voor overtreding.
De Hoge Raad bekeek in cassatie twee punten: de uitleg van ‘de zijnen’ en de dwangsom. De Raad oordeelde dat de dwangsom alleen kan worden opgelegd aan de veroordeelde zelf en niet aan derden, ook al zijn zij verplicht tot ontruiming. De term ‘de zijnen’ betreft feitelijke relaties van medegebruikers die samen het onrechtmatig gebruik delen. De Hoge Raad vond dat het hof terecht had geoordeeld dat deze groep mede onder het ontruimingsbevel valt.
De Raad benadrukte dat het hof zich niet hoefde uit te laten over de precieze juridische maatstaf voor ‘de zijnen’, omdat dit pas relevant wordt bij executie. De cassatie werd verworpen omdat de eisers geen belang hadden bij vernietiging, nu zij aan het bevel hadden voldaan en de dwangsom alleen hen zelf kan treffen. De uitspraak bevestigt dat ontruiming met ‘de zijnen’ mede betrekking heeft op feitelijke medegebruikers, maar dat sancties als dwangsommen niet aan hen kunnen worden opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de dwangsom geldt alleen voor de veroordeelde zelf en ‘de zijnen’ worden mede getroffen door het ontruimingsbevel.