ECLI:NL:PHR:1978:2
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Arrest Hoge Raad over medeplegen poging tot diefstal met geweld bij uitzendbureau
In deze zaak werd de verdachte samen met een mededader veroordeeld voor poging tot diefstal met geweld, gepleegd door zich in 1976 gewapend en gedeeltelijk gemaskerd aan de deur van een uitzendbureau te vervoegen. De overval kon niet doorgaan omdat er niet werd opengedaan en de politie ingreep.
De verdachte stelde in cassatie dat zijn handelen slechts voorbereidingshandelingen betrof en niet de uitvoering van het misdrijf. De Hoge Raad overwoog dat het hier een grensgeval betrof, waarbij het onderscheid tussen voorbereiding en uitvoering niet haarscherp is. De gedragingen van de verdachte en zijn mededader werden echter als begin van uitvoering aangemerkt, omdat zij zich reeds zo dicht bij het doel bevonden dat de overval redelijkerwijs niet meer zou worden afgebroken.
De Hoge Raad verwees naar eerdere jurisprudentie en Duitse rechtspraak die een objectiverende benadering hanteren bij poging, en benadrukte dat het zich gewapend en gemaskerd aan de deur vervoegen een strafrechtelijk relevante handeling is. Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor poging tot diefstal met geweld bevestigd.