Conclusie
onderdeel a van middel Igeciteerde stellingen van eiser, waarbij - zoals het Hof feitelijk vaststelde - nu Juist de motivering (het gemis daarvan) en de beslissing dat de opdracht van de Voorzitter van de Octrooiraad aan eiser een voor beroep vatbaar besluit was, worden bestreden. Zodanige stellingen kunnen bij genoemd uitgangspunt de ingestelde vorderingen niet dragen. Dat het Hof dit oordeel niet motiveerde, zoals in dit onderdeel wordt geklaagd, is derhalve onJuist en berust op verkeerde lezing van het bestreden arrest. De motivering van het Hof is ook niet onbegrijpelijk en kan op zichzelf zijn oordeel dragen.
onderdeel c van dit middel Ibestreden.
in strijd metde toepasselijke algemeen verbindende voorschriften (waaronder dus ook: onbevoegd genomen besluiten) door de ambtenarenrechter te doen redresseren.
onderdeel aonjuist. De Centrale Raad van Beroep heeft immers Juist aangenomen dat eiser zich aan plichtsverzuim heeft schuldig gemaakt door de opdracht van de Voorzitter van de Octrooiraad niet na te komen. Dit stelt het Hof in het bestreden arrest terecht vast.
onderdeel bberust voorts op in hoofdzaak dezelfde gronden als die, welke hierboven naar aanleiding van onderdeel c van middel I zijn besproken en ongegrond bevonden. Het onderdeel zal mitsdien ook hierom moeten falen.