Conclusie
’ 7.312,50
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak vordert de verhuurster ontbinding van de huurovereenkomst van een horecapand en betaling van achterstallige huur door de huurder. De huurder verweert zich met een exceptio non adimpleti contractus, stellende dat de verhuurster haar onderhoudsverplichtingen niet nakomt, waardoor hij niet tot betaling gehouden zou zijn.
De Kantonrechter verklaart de huurovereenkomst ontbonden en veroordeelt de huurder tot ontruiming en betaling van achterstallige huur en schadevergoeding. De Rechtbank bekrachtigt dit vonnis in conventie en vernietigt het vonnis in reconventie, waarbij de verhuurster wordt veroordeeld tot schadevergoeding aan de huurder wegens niet-nakoming van onderhoudsverplichtingen.
De Hoge Raad overweegt dat de exceptio non adimpleti contractus slechts in bijzondere gevallen geldt, namelijk wanneer de huurder het genot van het gehuurde overeenkomstig bestemming heeft moeten missen. Dit is hier niet het geval. Bovendien had de huurder de mogelijkheid om onderhoudswerkzaamheden ten laste van de verhuurder uit te voeren, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt. Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontbinding van de huurovereenkomst en de betalingsveroordeling blijven in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de huurder wordt verworpen en de ontbinding van de huurovereenkomst en betalingsveroordeling blijven in stand.