Conclusie
alsdanaan de veroordeling dan komt tenuitvoerlegging van de dwangsom niet meer aan de orde. Blijft de veroordeelde na de betekening van het vonnis in gebreke, dan is de wederpartij van de veroordeelde bevoegd het vonnis voor het verbeurde bedrag van de dwangsom ten uitvoer te leggen zonder eerst een nieuwe titel in rechte te hebben verkregen (art. 611b, oud). Vóór de betekening behoeft de veroordeelde niet aan het vonnis te voldoen, al kan hij dit vrijwillig — om ieder risico en extra kosten te vermijden — wel doen (Hugenholtz-Heemskerk ‘Hoofdlijnen van Nederlands Burgerlijk Procesrecht’ — 1976 — blz. 310 en HR 19 december 1958 NJ 1959, 131).