Conclusie
dezejudiciele constatering nopens het ‘’verboden’’ zijn van de vereniging gebonden zijn), hoefde het Hof niet te voldoen aan het verzoek van de N.V.U. de betrokken overwegingen uit de beschikking te schrappen. Vgl. Hof 's-Hertogenbosch 24 mei 1927, W. 11730 en Centrale Grondkamer 1 maart 1948, N.J. 1948, no. 691. Ook Cleveringa, I, p. 841 rept over
‘’bindendeuitspraken uit de overwegingen’’.