Conclusie
het tweede middelmoeten afstuiten. Daarbij geldt de lijst met inkomsten en daarop vermelde gefingeerde uitgaven naar zijn aard als bestemd om van de door rekwirant verrichtte rechtshandelingen te doen blijken tegenover degeen, jegens wie hij verantwoording van zijn handelingen moest afleggen. Men zie Noyon-Langemeijer-Remmelink, ad art. 225, aant. 3 (p. 629 in fine), aant. 5 en het door rekwirant bedoelde arret H.R. 14 mei 1957, NJ 1957, 472, p. 876 lk., met noot van Röling, sub 2.