Conclusie
Voortsom de stelling van het Hof, dat het van algemene bekendheid is, dat cocaïne een stof is, waarvan de wetgever wegens de daaraan voor de volksgezondheid verbonden gevaren zelfs het enkele aanwezig hebben heeft verboden, en dat zowel heroïne als cocaïne bij gebruik van enige duur de wil van de gebruiker en het normbesef van deze (kunnen) aantasten. Ook dit lijkt mij een houdbare stelling. Ik kan mij nauwelijks voorstellen, dat er één jongmens in Nederland rondloopt, die daarvan geen besef zal hebben. M.a.w. Uw Raad zal zich bij deze laatste vaststelling van het Hof eveneens moeten neerleggen. Ook hier doet requirant nog een beroep op een (wat "afzwakkende") passage uit de verklaring van voormelde psychiater, maar ook hier geldt, dat hiervan in cassatie niets vaststaat.