Conclusie
daterf, ten nutte van elke eigenaar van dat erf, die het overeenkomstig zijn aard en inrichting gebruikt; vgl. H.R. 28 juni 1957, N.J. 1957, 495. Niet mag dus de vraag zijn of de erfdienstbaarheid ten nutte strekt van andere percelen, maar alleen of deze gebruikt wordt ten behoeve van het heersende erf. Het kan natuurlijk zo zijn, dat de erfdienstbaarheid — ten deze het recht van weg — ten nutte strekt van de
eigenaarvan het heersende erf, omdat deze tevens eigenaar is van belendende percelen, waarop de uitweg kan worden aangesloten. Maar dan is de jure het gebruik niet overeenkomstig de aard en inrichting van het heersende erf.