ECLI:NL:PHR:1984:AC8345
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling medeplegen invoer cocaïne ondanks betwisting bewijs
In deze zaak werd verdachte veroordeeld door het hof voor medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het verbod van de Opiumwet, namelijk de invoer van cocaïne in Nederland. Het hof legde een gevangenisstraf van zes jaar op en onttrok de cocaïne en het verpakkingsmateriaal aan het verkeer.
De verdediging stelde in cassatie dat het bewijs onrechtmatig was verkregen omdat de politie de vrouw die het geld wisselde had aangesproken en de woning was binnengetreden zonder redelijk vermoeden van schuld. Het hof verwierp dit verweer op basis van verklaringen van rechercheurs en de bekende feiten over de betrokkenheid van Zuid-Amerikaanse cocaïnehandelaren in de buurt.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht aannam dat er een redelijk vermoeden van schuld bestond en dat het bewijs daarom rechtmatig was verkregen. Ook het middel dat de dagvaarding nietig zou moeten zijn wegens onvoldoende specificatie van de Opiumwet werd verworpen omdat de verwijzing naar de wet voldoende was en de verdediging zich adequaat kon voorbereiden.
Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot zes jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van invoer van cocaïne.