Conclusie
rente-neuroseis er, evenals bij een traumatische neurose, sprake van een psychische reactie op een ongeval welke reactie inherent is aan een inadequate persoonlijkheidsstructuur van het slachtoffer.’’
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak vordert eiser schadevergoeding wegens letsel en daaropvolgende gezondheidsklachten na een onrechtmatige daad door een politiefunctionaris tijdens een carnavalsoptocht op Aruba. Eiser raakte gewond door een val en kreeg vervolgens slagen met een wapenstok toegediend. Na medische onderzoeken bleek dat de genezing van eiser werd belemmerd door een renteneurose, een psychische aandoening die samenhangt met een inadequate persoonlijkheidsstructuur en een fixatie op invaliditeit.
De lagere rechterlijke instanties, het gerecht in eerste aanleg en het hof van justitie van de Nederlandse Antillen, wezen de vordering af op grond van het oordeel dat de belemmering van genezing niet aan de dader kon worden toegerekend. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en oordeelt dat het hof een juiste rechtsopvatting omtrent causaliteit hanteerde en voldoende gemotiveerd heeft dat de renteneurose een niet-toerekenbare omstandigheid is.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid het begrip renteneurose, de medische en juridische literatuur, en vergelijkt met jurisprudentie uit binnen- en buitenland. De conclusie is dat renteneurose geen risico- of schadevergrotende eigenschap is, maar een genezingsbelemmerende omstandigheid die niet aan de dader kan worden toegerekend. Hierdoor faalt het cassatieberoep en wordt eiser veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat de renteneurose niet aan de dader kan worden toegerekend, waardoor de schadevergoeding wordt afgewezen.