Conclusie
[eiser 1],
[eiseres 2],
in cassatievan voormeld arrest van het Hof te ’s-Hertogenbosch. [verweerster] concludeerde tot verwerping en stelde harerzijds
incidenteel cassatieberoepin.
Onderdeel a van cassatiemiddel I in het principale beroepkan niet slagen.
onderdeel aopgesomde omstandigheden staan aan deze gedachtengang niet in de weg. Met name worden in die opsomming voormelde omstandigheden en de samenhang daarmee – waarvan de afweging aan het Hof is voorbehouden – buiten beschouwing gelaten.
onderdeel ben
middel II van het principale beroepopgeworpen kwesties, zij vooropgesteld, dat – zoals uit de samenvatting hierboven (tenslotte onder 15-17) heeft mogen blijken, de vordering tot vergoeding van f. 80.000,-- een uitsluitend tegen [eiser 1] (in privé) gerichte, subsidiaire vordering uit onrechtmatige daad (bedrog) was. Men zie ook het bij mem.v.gr. (vervolgblad 6) gehandhaafde petitum in conventie (laatste volle alinea).
middel II van het principale cassatieberoepgegrond te achten is.
onderdeel b van het principale cassatiemiddel Ibestreden vaststelling van de schade door het Hof speelde dan ook niet de vraag, welke schadevergoeding de gelaedeerde na vernietiging wegens wilsgebreken van een overeenkomst (in het algemeen) toekomt. Het Hof beoordeelde een subsidiaire vordering waarbij deze vernietiging of nietigverklaring was ontzegd.
onderdeel b van het principale middel Ireeds twijfelachtig, zodat de klacht niet kan slagen, ik acht ook de daaraan ten grondslag liggende gang van de bestrijding van het arrest onjuist.
Onderdeel 1a van incidenteel middel Imist doel.
onderdeel 1bis een variant aangebracht, die aan het voorgaande niet afdoet, zodat ook dit onderdeel vastloopt.
aa-
eeopgesomde omstandigheden behoeven derhalve geen bespreking meer. Ik teken slechts aan, dat de onder
aagestelde omstandigheid niet vaststaat (zie onder 62) en dat de onder
bben
ccingeroepen vereenzelviging van zover gaande aard dat [C] niet in het geding zou behoeven te worden geroepen, - nog daargelaten of deze stelling in haar algemeenheid bijval verdient (vgl. onder meer HR 15 november 1985, NJ 1986, 213 m.nt. G.) – geen steun vindt in eerdere stellingen of beslissingen en dus – wegens het daaraan tevens verbonden feitelijk onderzoek – niet voor het eerst in cassatie te berde kan worden gebracht.
onderdeel 2 van incidenteel middel Ifaalt.
Onderdeel 3 van het incidentele middel Iis gericht tegen een overweging ten overvloede. Het mist belang, nu de overige klachten van dit middel falen.
onderdeel a van het incidentele middel IIwordt gesuggereerd, speelde in appelgrief III geen rol, of het makelaarskantoor dan wel [C] bedragen van kopers ontving.
onderdeel bop onderdeel
avoortborduurt, kan ook onderdeel
bniet slagen.
onderdeel c van het incidentele middel IIwordt betoogd is in het algemeen niet onjuist de overweging: ‘’Evenmin kan onderschreven worden dat een directeur van een BV zich persoonlijk schuldig maakt aan een onrechtmatige daad tegenover een schuldeiser, wanneer hij er niet op toeziet, dat deze BV tijdig haar financiële verplichting tegenover deze schuldeiser nakomt’’.
aa-
ff, doen daaraan niet af, nog daargelaten dat op die gronden de vordering ook niet gebaseerd was. Voor de omstandigheid vermeld onder
ggverwijs ik naar 84–87 hieronder.
het gestelde onder ggdoet aan een en ander niet af.